Uw hond moet leren zijn behoefte te doen waar het is toegestaan. Dus meestal buiten op de daarvoor aangewezen plaatsen. Maar hoe pakt u dit nou goed aan? Dit gaat het beste
door de hond op de juiste momenten uit te laten en te belonen als hij zijn behoefte heeft gedaan. Dit geeft een beter resultaat dan straf geven als hij binnen plast.
Wanneer moet hij naar buiten?
Belangrijk voor u is te weten op welke momenten de hond zijn behoefte moet doen. Een pup moet gemiddeld elke twee uur zijn behoefte doen, dit loopt later terug naar circa vier keer per dag. De pup moet in ieder geval naar buiten na: het slapen, het eten, een spelletje en als hij heel druk is geweest. U brengt hem naar de plek waar hij zijn behoefte mag doen en prijst hem uitbundig met een hoge vriendelijke stem als hij zijn behoefte doet. Gebruik uw stem in combinatie met iets lekkers (het hoeft beslist niet veel te zijn, als het maar héél lekker is) voor een nog sneller resultaat.
Voorkomen i.p.v. bestraffen:
Probeer het binnen plassen/poepen zo veel mogelijk te voorkomen door goed op uw pup te letten. Gebeurt het toch een keer dat hij binnen plast of poept en u ziet het gebeuren, onderbreek dan het gedrag door bijvoorbeeld in uw handen te klappen of de pup op te tillen (plasrem). Breng de pup zo snel mogelijk naar de plek waar hij wèl mag plassen en poepen. Beloon hem daarna weer uitbundig! U mag hem best afl eiden door hem te verrassen, maar alléén als u hem op heterdaad betrapt. Niet als hij het plasje al gedaan heeft. Straffen mag nooit bij het zindelijk maken van een pup. Hij weet immers nog niet wat er van hem verwacht wordt. Helemáál uit den bozen is het achteraf
bestraffen. Een hond brengt uw reactie alleen in verband met iets dat op hetzelfde moment gebeurt. Hij is niet in staat om uw gemopper te koppelen aan iets dat al eerder gebeurd is.
Beloningen afbouwen:
In het begin verdient uw hond met ieder plasje buiten iets lekkers; na verloop van tijd bouwt u dit geleidelijk af. U kunt uw hond dus het beste leren dat hij zijn behoefte buiten moet doen, door hem te laten ervaren dat buiten plassen/poepen gedrag
is wat veel beloningen oplevert. De tijd dat een pup nodig heeft om zindelijk te worden verschilt van hond tot hond. Bij sommige pups is het zo voor elkaar; bij andere duurt het maanden. Vaak speelt de situatie bij de fokker in de zindelijkheidstraining
ook een belangrijke rol. Zijn de puppen daar bijvoorbeeld gewend om in hun eigen vuil te zitten, dan kan het wat langer duren voordat de pup zindelijk is.
Krantzindelijk:
Als u uw pup bij een fokker heeft gehaald, bij wie de pups gewend waren om op kranten te leven en hun behoefte te doen, kunt u ervoor kiezen om uw pup ‘krantzindelijk’ te maken. U kunt dan redelijk eenvoudig de troep opruimen. Als u de pup niet in de gaten kunt houden, bijvoorbeeld als u slaapt, kunt u hem in een kleine ruimte doen, bijvoorbeeld in de hal. In het begin is de hele vloer bedekt met kranten. Langzaam verkleint u de oppervlakte aan kranten tot er nog maar één krant ligt. Het is wel verstandig om de pup tegelijkertijd te leren zijn behoefte buiten te doen!
Gebruik van een bench:
Als u van jongs af aan de pup went aan een bench, wordt dit een veilige (slaap)plaats. De pup moet leren dat een bench prettig is (zie info over ‘bench training’). Hij ligt hier veilig en in de relatief kleine ruimte zal hij minder de neiging hebben om zijn
behoefte te doen. Pups zullen van nature (uitzonderingen daargelaten) ook niet snel hun eigen nest of de buurt daarvan bevuilen. Met de bench kunt u hier dus handig gebruik van maken. Zo krijgt de pup sneller beheersing over zijn sluitspieren.
Samenvattend:
• Weet wanneer de pup zijn behoefte moet doen en dus naar buiten moet.
• Hij wordt beloond als hij het goed doet.
• Straffen heeft geen zin, de hond wordt alleen maar bang van u.
• U kent hulpmiddelen als de krant en de bench.
• Hoe meer tijd u erin stopt, hoe sneller de pup leert.
• Wees geduldig, niet alle honden leren even snel!