Water is het belangrijkste bestanddeel van alle levende organismen (70-75%). Het vertegenwoordigt ook het grootste gedeelte van de dagelijkse voeding. Als het organisme water onthouden wordt, dan ontstaat er al snel een staat van uitdroging, gekenmerkt door rimpels in de huid. Als deze zichtbaar worden, dan is er al sprake van een waterverlies van 6%. Levensbedreigende symptomen ontstaan bij een watertekort van 10-12%.
Drinkgedrag:
Onder normale omstandigheden drinkt de hond alleen overdag; alleen bij een verhoogde waterbehoefte wordt ook 's nachts gedronken. Honden kunnen hun waterbehoefte makkelijker aanpassen aan het watergehalte van het voer dan katten. Zelfs bij snelle wisseling van blik- en droogvoer zijn honden toch in staat om hun totale wateropname per dag constant te houden. Honden zijn goed in staat om een verkregen watertekort snel te herstellen. Tekorten tot 8% kunnen in 1 keer hersteld worden door drinken; het typische daarbij is dat de hond stopt met drinken, nog voordat het water de wanden van het maagdarmkanaal is gepasseerd. Bij katten is dit vermogen beperkt tot 4% watertekort. Het spreekt natuurlijk vanzelf, dat er geen ziekte ten grondslag mag liggen aan het watertekort, dan is dit snelle herstel niet mogelijk.
Waterbehoefte:
De dagelijkse waterbehoefte bedraagt 30-60 ml/kg lichaamsgewicht. Dit is ongeveer 2½ tot 3 maal de hoeveelheid droge stof die per dag wordt opgenomen. Verschillende factoren zijn van invloed op de waterbehoefte: Voeding: de waterbehoefte stijgt licht met het aantal maaltijden per dag; ook een hoog eiwit- en/of zoutgehalte (NaCl) doen de waterbehoefte stijgen. Fysiologie: jonge honden en volwassen dieren van de kleine rassen hebben een grotere waterbehoefte: 80 ml/kg lichaamsgewicht. Dit wordt veroorzaakt door een hoger stofwisselingsniveau en een slechter vermogen om urine te concentreren. Ziekte: lichamelijke aandoeningen waarbij vocht verloren gaat, leiden tot een verhoogde waterbehoefte. Te denken valt hierbij o.a. aan diarree, braken, bloedverlies, nierziekten, suikerziekte etc.
Temperatuur:
honden zijn nauwelijks in staat om een temperatuursstijging te compenseren door zweten. Om toch af te kunnen koelen gaan ze hijgen, waarbij water verdampt van het oppervlak van de tong. Dit is een doelmatig en snelwerkend mechanisme. Dit houdt echter in, dat honden bij een aanhoudende hoge temperatuur ('s zomers in de auto!) snel kunnen uitdrogen en het gevaar van shock is dan niet denkbeeldig.
Waterbehoefte bij inspanning:
Inspanning doet de waterbehoefte sterk stijgen ten gevolge van het hijgen. Ook kan een eventueel hoge temperatuur van de omgeving waarin de inspanning plaats vindt, de behoefte doen toenemen. Soms heeft de 'stress' diarree tot gevolg, waarbij ook water verloren gaat. De waterbehoefte neemt met een factor 2 toe bij korte afstandsrennen (1-12 km.) en met een factor 3 bij lange afstandsrennen (>30 km/dag). Als voorbeeld: een sledehond die een wedstrijd loopt in een koud klimaat heeft een waterbehoefte van circa 1 ltr/5 kg lichaamsgewicht. Uitdroging wordt vooral gezien bij honden, die niet in een goede conditie verkeren of honden die lijden aan overgewicht. Als deze honden zich dan toch gaan inspannen, leidt dat tot indikking van het bloed, m.a.w. het haematocriet (rode bloedcel-gehalte) stijgt.
Enkele maatregelen om uitdroging te voorkomen:
- Bescherm de hond tegen zon en hitte.
- Zorg dat er altijd voldoende vers water ter beschikking van de hond is.
Als er lichamelijke prestaties verwacht worden:
- Training dient plaats te vinden in de koele uren van de dag.
- Na inspanning kleine beetjes water geven; het water mag niet te koud zijn.
- Voeg water aan het droogvoer toe om de wateropname te verhogen (dit is vooral van belang voor Poolhonden die van nature al weinig drinken).
- In geval van ernstige uitdroging verdient het aanbeveling om electrolyt-oplossingen toe te voegen aan het water, dat voor en na de prestatie wordt gedronken. Met name electrolyten natrium (Na), kalium (K) en bicarbonaat (HCO3 -).