Het komt vaak voor dat een hond niet in de auto wil. Meestal komt dat doordat de hond in het verleden heeft ervaren dat autorijden niet leuk is, of omdat de eerste kennismaking met de auto heel vervelend was. Bijvoorbeeld doordat de jonge pup, toen deze uit het nest is gehaald, door de nieuwe eigenaar is opgehaald met de auto. Het verlaten van de vertrouwde omgeving, gecombineerd met de onbekendheid van het autorijden, kan leiden tot angst en daardoor wagenziekte. Wagenziekte komt met name door spanning en nare associaties met autorijden. Een hond wordt dan misselijk in de auto, gaat heftig kwijlen en/of overgeven. De meeste pups groeien wel over de wagenziekte heen, maar de herinnering aan het onprettige gevoel blijft vaak bestaan. De hond houdt dan ook als volwassen hond een hekel aan autorijden.
Wat kunt u als eigenaar doen?
U kunt wagenziekte en weerstand tegen autorijden hanteerbaar maken of helemaal oplossen met training, medicijnen en/of andere praktische oplossingen. Uw hond trainen raden wij altijd aan. De andere oplossingen kunt u inzetten als uw hond hier extra baat bij heeft. Hieronder zullen we de drie oplossingen bespreken.
Training:
De hond dient te leren dat het in de auto gaan niet vervelend is maar juist leuk. U maakt bij de training dan ook gebruik van iets dat de hond echt leuk of lekker vindt. Dat kan een speeltje zijn maar ook kaas, worst of de bak met eten.
Stap 1:
Zet eerst de portieren van de auto open. Lijn vervolgens uw hond (in huis) aan en pak demonstratief datgene dat de hond te gek vindt (de beloning). Loop met de beloning en de hond aan de lijn naar de auto. Leg de beloning in de auto en moedig de hond aan om het te gaan halen. Prijs hem voor iedere stap die hij maakt in de richting van zijn beloning. Houd vol totdat de hond de auto in gaat om de beloning te halen en prijs de hond uitbundig. Herhaal dit regelmatig (enkele keren per dag) net zo lang totdat de hond zonder problemen in de auto gaat (hoe lang dit duurt, is voor iedere hond anders; geef uw hond dus rustig de tijd om dit aan te leren).
Stap 2:
Wanneer de hond zonder problemen de auto in gaat (zijn beloning achterna), gaat u ook in de auto (op bank of achter het stuur) zitten als uw hond in de auto gegaan is. Vraag hierbij aan iemand u te helpen. Deze persoon blijft bij de auto staan voor het geval de hond plots uit de auto zou willen springen en zo op (een drukke) straat kan belanden. Uw ‘hulp’ mengt zich verder niet in de training! Als u zit start u de auto niet; u blijft gewoon even zitten en prijst de hond uitbundig. Als dit lukt, legt u de beloning niet meer vooraf in de auto, maar geeft u de hond de beloning pas wanneer hij zelf in de auto is gegaan. U gaat vervolgens ook weer even zitten en beloont de hond dan ook weer. Pas wanneer dit allemaal probleemloos gaat, maakt u de volgende stap.
Stap 3:
Moedig de hond aan om de auto in te gaan en beloon hem uitbundig met uw stem wanneer hij in de auto is gegaan. Sluit de deur en stap zelf voorin in de auto waarna u de hond direct zijn eigenlijke beloning geeft. Prijs de hond uitbundig wanneer hij deze aanneemt. Stap weer uit en geef de hond toestemming (op uw commando) om de auto te verlaten. Vanaf nu bouwt u de tijd op tussen het moment dat u instapt en het moment waarop de hond zijn beloning krijgt. Wanneer de hond probleemloos (rustig) een paar minuten wacht op zijn beloning, kunt u weer een stap verder met de therapie.
Stap 4:
Laat de hond in de auto gaan, sluit de deur en ga zelf achter het stuur zitten. Start de motor en geef de hond direct hierna zijn beloning. Na enige tijd stopt u de motor weer, u stapt uit en laat de hond uit de auto. Als de hond nog snel onrustig wordt bouwt u de tijd dat de motor aan staat heel langzaam op! Belangrijk is dat u begint en eindigt met de oefening als uw hond rustig is. Is hij direct erg onrustig dan dient u weer even een stap terug te gaan.
Stap 5:
Wanneer dit allemaal is gelukt, gaat u de hond wennen aan de rijdende auto. Wanneer u en de hond in de auto zitten, start u de motor en u rijdt langzaam een paar meter (zie ook tekst verderop). Sta weer stil, stop de motor en beloon de hond. Vergroot nu de rijafstand en de snelheid geleidelijk, net zo lang tot de hond het geen probleem meer vindt om een stukje te gaan rijden. Belangrijk is dat u ervoor zorgt dat de hond niet in de fase belandt waarbij hij weer angstig en daardoor misselijk wordt. Mocht dit wel gebeuren dan zult u een aantal stappen terug moeten in het programma.
Stap 6:
Wanneer u zover bent dat de hond autorijden geen probleem meer vindt, neem hem dan de eerste keren in de auto mee naar zijn favoriete plekjes, bijvoorbeeld het bos. Ook hierdoor zal de hond gaan ervaren dat autorijden eigenlijk heel leuk is!
Medicijnen:
Wanneer een hond last heeft van wagenziekte is het goed om te weten dat hiervoor speciale medicijnen bestaan, ook op natuurlijke basis. Maar ook als u besluit medicijnen in te zetten is het zeer aan te bevelen de hierboven beschreven training met uw hond te doen, zodat de medicijnen op den duur hopelijk niet meer nodig zijn. Raadpleeg uw dierenarts als u erover denkt een medicijn te gebruiken.
Voorbeelden:
- Anti-wagenziektetabletten, verkrijgbaar via de dierenarts, kunnen helpen braken te voorkomen.
- Bij honden met een hevige angst kunnen medicijnen gegeven worden die de angst wat onderdrukken. Deze behandeling geschiedt altijd onder begeleiding van een dierenarts.
- Primatourtabletjes kunt u ongeveer een half uur voor het wegrijden aan uw hond geven. De hond zal er iets rustiger van zijn dan normaal, maar van wagenziekte geen last hebben.