Door samen te spelen raken baas en hond aan elkaar gehecht en wordt wederzijds vertrouwen aangekweekt. De opvoeding en opleiding van je hond verloopt veel soepeler door het gebruik van spel. De hond wil zijn baasje immers maar wat graag ter wille zijn en zal zich harder inspannen om te doen wat van hem verlangd wordt. Spelen met je hond is bovendien de ideale manier om van overtollige stress af te raken. Je hond is een pil op poten! Spelletjes met speelgoed kunnen bovendien ook van nut zijn om probleemgedrag bij de hond te helpen overwinnen, maar spelen is bovenal de meest effectieve manier om een sterke band met je hond op te bouwen en te behouden.
Soorten spelletjes
Er zijn soorten spelletje die baas én hond samen kunnen spelen: apporteren, zoeken, trekken en stoeien. Het vijfde is het soort spelletje waarbij de hond een voorwerp wil bemachtigen én te houden. Hij zal het vervolgens bewaken en verdigen (grommen en bijten) en/of helemaal kapot maken. Het is duidelijk dat dit spelletje niet echt wenselijk is. Honden met een voorkeur voor dit soort spelletje hebben niet geleerd om met hun baas te spelen en/of zijn zeer dominant. In dit laatste geval spelen ze het spelletje om je uit te dagen en hun dominantie te bevestigen.
Het best kun je een speeltje kopen dat zich leent tot het favoriet spelletje van je hond. Stop het speeltje goed weg en gebruik het alleen om met je hond te spelen. Bewaar het bvb in je jaszak zodat je het altijd bij je hebt wanneer je de hond uitlaat. Negeer je hond als hij een voorwerp van de grond opraapt en speel enkel met het meegebrachte speeltje. Hij zal snel beseffen dat jij beslist wanneer het spel begint en dat hij het speeltje in je jaszak in de gaten moet houden.
Apportspelletjes:
Je gooit een voorwerp weg, de hond loopt erachteraan, pakt het op en brengt het terug. Nu kan je het speeltje terug weggooien en steeds opnieuw herhalen zoveel je maar wilt en tot zolang je hond het leuk vindt om het terug te brengen. Een balletje of een ander rubberen voorwerp is hiervoor heel geschikt. Kijk uit met stokken en andere puntige voorwerpen die de hond kunnen pijn doen.
Zoekspelletje:
Je verstopt iets lekkers, een speeltje of –waarom niet- jezelf. Je hond moet op zoek gaan.
Trekspelletje:
Baas en hond houden elk een uiteinde van een speeltje vast en trekken om het hardst. Een trekspelletje laat zich gemakkelijk combineren met een apportspelletje.
Stoeispelletje:
Baas en hond proberen elkaar door snelle aanrakingen te snel af te zijn. De baas gebruikt daarvoor zijn handen. Sommige honden slaan met hun poten, of zullen speels bijten. Reden te meer om spelregels in te voeren.
Spelregels:
Speel geen spelletjes met de hond als die zich zo opwindt dat hij onhandelbaar en oncontroleerbaar wordt. Met een dominante hond kun je eigenlijk maar één spelletje spelen: het apportspel waarbij hij telkens een voorwerp afgeeft en daarmee jouw leiderschap erkent. Bij de andere spelletjes treedt hij in competitie en zal hij streven naar overwicht.
In het andere geval zorg je ervoor om niet van in het begin het spel (te veel) naar je hand te zetten. Honden knappen daar op af. Door in de spelletjes geleidelijk aan spelregels in te voeren leer je de hond gewenst gedrag aan.
Spelregels voor apport- en zoekspelletjes:
- De hond moet het speeltje op jouw bevel afgeven (“LOS”).
- Je moet het spel op elk moment kunnen onderbreken. Gooi het speeltje weg, roep hem terug en herbegin.
- Leer je hond om te blijven zitten door hem bij zijn halsband vast te houden terwijl je het speeltje weggooit. Ga af en toe zelf het speeltje ophalen terwijl hij blijft zitten, en beloon.
- Als je hond niet terugkomt loop je hem best niet achterna, maar gebied je hem om terug te komen (met of zonder het speelgoed). Gebruik desnoods een lange lijn. Loopt hij los en wil hij niet terug komen, stop dan met spelen en negeer hem voor ten minste 5 minuten.
Spelregels voor trekspelletjes:
- Gebruik enkel een speeltje dat je gemakkelijk afpakken (bvb een bal aan een touw, een groot trektouw, …) terug kunt nemen. Sta geen trekspelletjes toe met je mouw of broekspijp.
- Leer hem dat hij het speeltje alleen mag aannemen als jij het hem geeft. Het is jouw voorwerp. Je kunt het voorwerp tonen en hem verbieden om (op te springen) en het vast te pakken.
- Wanneer je hond te onstuimig wordt en (speels) wil bijten, stop dan het spel en negeer je hond volledig, voor tenminste 2 minuten. Weet je hond het speeltje van je af te pakken en wil hij er mee weglopen, loop hem dan niet achterna, maar roep hem (met of zonder het speelgoed). Gebruik desnoods een lange lijn. Loopt hij los en wil hij niet terug komen, stop dan met spelen en negeer hem voor ten minste 5 minuten. Als zich dit herhaalt stop je best een paar weken met trekspelletjes. Ga over op apportspelletjes (zeker geen stoeispelletjes!).
- Leer de hond het speeltje af te geven op bevel.
Spelregels voor vechtspelletjes:
- Speel enkel dit soort spelletjes wanneer je hond een goede bijtrem heeft.
- Wanneer je de hond op de rug legt moet hij kalmeren en niet spartelen en bijten. Speel geen vechtspelletjes met een hond die het spel kan winnen door zijn fysisch overwicht.
- Sta de hond nooit toe om zelf een bijtspel te beginnen.
- Staak het spel van zodra de hond te veel druk uitoefent met de tanden, ook al is dit op plaatsen die beschermd zijn door je kledij. Staak het spel als hij kledingsstukken vasthoudt, er aan trekt en/of schudt.
- Tracht een opgewonden hond niet te straffen door hem te slaan. Hij denkt dat het slaan deel uit maakt van het spel hoort en zal ook ruwer beginnen spelen en ... bijten.
Zoek en speel:
Zoekspelletjes kun je zowat overal spelen, binnenshuis, in je tuin en op de wandeling. De bedoeling van dit spelletje is dat de hond zijn neus gebruikt om een weggestopt speeltje terug te vinden. Laat hem aanvankelijk zien dat je iets wegstopt. Daarna kun je bijvoorbeeld zijn ogen bedekken terwijl je een speeltje ergens achter wegwerpt. Je hond hoort nog altijd dat er iets weggeworpen is en begint te zoeken in de richting dat hij het hoorde vallen, van zodra je hem loslaat. Zeg "zoek" en moedig de hond aan. Nog later kun je de hond bevelen ter plaatse te blijven terwijl je het speeltje echt wegstopt. Leg het voorwerp wel op de grond. Honden zoeken van nature de grond af, iets op een hoger gelegen niveau verstoppen is echt voor gevorderde honden!
Kies aanvankelijk ook voor iets uit dat je hond echt wil hebben: zijn favoriete speeltje. Voor honden die niet geïnteresseerd zijn in spelletjes kun je eerst voedsel gebruiken. Vervolgens leg je een speeltje bij het voedsel. Je hond zal al snel het vinden van een speeltje associëren met het krijgen van voedsel, zodat je op den duur enkel wat koekjes bij je houdt maar de hond laat zoeken naar het speeltje. Een hond die een verstopt speeltje niet wil apporteren kun je laten blaffen wanneer hij het vindt. Een leuke variatie is een persoon zich laten verstoppen tijdens de wandeling en de hond doen zoeken. Wanneer je hond de persoon vindt mag de “vondeling” een flink trekspelletje doen met je hond ter beloning.
Zoek en eet:
Een spelletje voor op de wandeling, waar jij even wil uitrusten. Hou wat hondenbrokjes over van de hond zijn maaltijd. Strooi ze uit over de grond (zoals je kippen voert). Je hond moet nu als het ware werken voor zijn eten. Bij honden die wat ervaring hebben in dit spel gebruik je minder voer en kun je het wat wijder verstrooien. Moedig je hond flink aan om te zoeken. Je kan dit ook met meerdere honden doen op voorwaarde dat ze goed met elkaar overweg kunnen.
Speuren:
Speuren op wandeling doet de hond vanzelf. Hij wil overal ruiken en begrijpt niet waarom jij, de roedelleider, geen interesse toont in deze zaken . Leg een spoor uit zoals klein duimpje, maar dan met hondenbrokjes. Je hond zal met de neus op de grond van het ene naar het andere brokje speuren. Leg de brokjes steeds verder uit elkaar. Nu kun je het nog moeilijker maken door een echt spoor uit te leggen en pas op het einde daarvan een beloning te voorzien voor je hond. Begin met in het zicht van je hond door het gras te schuifelen. Voetje voor voetje. Leg op het eind een snoepje en kom op je zelfde passen terug naar de hond toe.
Neem je hond aan een lange leiband of oprolleiband en laat hem zoeken, waarbij hij voor je uit loopt. Hij snuift nu jouw geur op en de geur die je veroorzaakt hebt door het gras plat te trappen. Beloon hem extra op het eindpunt met het koekje uit je jaszak. Vergroot geleidelijk aan de afstand die hij moet afspeuren. Zeker als de hond al snel naar het eindpunt toeloopt zonder nog echt te zoeken moet je dit spelletje snel moeilijker maken. Je kunt je stappen dan steeds wat verder uit elkaar zetten. Je kunt ook een spoor "uitstappen" zonder dat je hond het ziet. Vervang snoep door een voorwerp, eerst een speeltje, later gelijk wat, en beloon hem wanneer hij het voorwerp vindt.
Hij leert dat het vinden van het voorwerp het einde van de speurtocht betekent. Sta de hond niet toe om verder te snuffelen. Nog leuker wordt het om een sleepspoor uit te leggen. Zorg voor twee voorwerpen met dezelfde geur. Het ene stop je weg om de hond straks aan te laten ruiken, het andere laat je constant over de grond slepen om het dan ergens te verstoppen. Ga terug naar de hond waarbij je een paar keer over het spoor heenstapt. Het is immers nu niet meer de bedoeling dat de hond zoekt waar jij gelopen hebt , maar waarlangs het voorwerp weggesleept werd.
Verloren voorwerp:
Dit spelletje houdt het midden tussen zoeken en apporteren. het is mijn favoriete spelletje op een wandeling. Terwijl je hond wat aan het snuffelen is laat je ongemerkt zijn speeltje vallen. Wandel 10 of 20 meter verder (in het begin minder), roep je hond bij je en toon hem je legen handen. Moedig hem vervolgens aan om te zoeken. Blijf staan, wanneer de hond het speeltje gevonden heeft komt hij het naar je toe brengen, waarna je het wegwerpt voor een klassiek apportspel.