Net als mensen komen honden in de puberteit of adolescentie-fase. In deze periode lijkt het erop alsof uw pup alles vergeten is wat u hem ooit geleerd heeft. Afhankelijk van het ras speelt de puberteit zich af in de leeftijd tussen de 6e en 18e maand. In deze periode zult u duidelijke gedragsveranderingen zien, het gevolg van hormonale veranderingen in het lichaam.
Reuen:
Reuen (mannetjes) maken het hormoon testosteron aan, hierdoor worden ze geslachtsrijp en gaan ze mannelijker gedrag vertonen. Ze gaan hun poot optillen en beginnen met het uitzetten van geurvlaggen. Dit betekent dat ze overal kleine plasjes
doen om hun territorium af te bakenen. Sommige honden krabben over de grond nadat zij zich hebben ontlast. Deze honden maken van een klein plasje een hele belangrijke gebeurtenis: kijk eens wie ik ben! Ook kunnen reuen zich ten opzichte van andere reuen minder tolerant gaan gedragen, en hun krachten willen meten. De hond kan ook beginnen met het verdedigen van zijn territorium, hetgeen kan leiden tot blaffen bij de voordeur of zelfs bezoek niet meer binnen willen laten.
Teven:
Teven (vrouwtjes) worden in deze periode voor het eerst loops. Sommige al met zes maanden, andere pas rond een jaar. Voor meer informatie over loopsheid zie de hand-out ‘loopsheid en castratie bij teven’. Na de loopsheid kunnen teven heel ander
gedrag laten zien. Soms worden ze feller naar andere honden of gaan hun territorium verdedigen.
Blijf een consequente leider:
In deze fase van zijn leven is de hond meer dan ooit bezig met zijn ‘grenzen te verkennen’. Hij gaat zeker uitproberen of u echt op uw strepen staat als roedelleider. Maar het is ook mogelijk dat uw hond juist nu bepaalde ervaringen opdoet die (hevige) angstreacties bij hem veroorzaken. Om een en ander in goede banen te leiden is het belangrijk om consequent te blijven. Ongewenst gedrag (zoals voor het eerst proberen te knokken met een andere hond) wordt niet toegestaan. ‘Ja is ja’ en ‘Nee is nee’. Maar soms is het verstandig het uitprobeergedrag van uw puber te negeren en de hond met wat lekkers te verleiden tot het tonen van ander gedrag. Toen u hem kreeg heeft u regels opgesteld waar ieder gezinslid zich aan houdt. Wijs elkaar daar nu ook op. Want wanneer één gezinslid het niet zo nauw neemt met de omgangsregels, zal de hond bij die persoon zijn gram halen en juist bij dat gezinslid slecht luisteren.
Als roedelleider bepaalt u waar de hond zijn behoefte doet. Een hond die aangelijnd is, hoeft niet overal zijn vlag uit te zetten, u bepaalt waar dat mag. Zo voorkomt u tevens dat hij zichzelf heel belangrijk gaat maken in de buurt! Loop uw eigen route en verander deze ook eens, laat u niet leiden door de hond.
Gewenst gedrag belonen, ongewenst gedrag negeren:
Oefen iedere dag een aantal momenten met uw hond de lesonderdelen. Gewenst gedrag belonen geeft vaak meer resultaat dan ongewenst gedrag bestraffen. Probeer daarom zo veel mogelijk goed gedrag op te merken en beloon dat, ook al valt dat soms niet mee bij pubers! Eén troost: ook deze periode gaat voorbij. Maar wanneer u wilt dat uw puber als volwassen hond straks een prettige kameraad is, dan dient u de punten zoals besproken in dit stukje consequent te hanteren.