Kalmerende- of conflictvermijdende signalen:
Het begrip kalmerende signalen is nog niet erg bekend bij hondenbezitters, zelfs veel hondentrainers kennen het niet. Wolvenonderzoekers schrijven er al jaren over. De reden kan zijn dat lichaamstaal bij wolven veel duidelijker te zien is en die kalmerende signalen bij honden nooit zijn opgevallen. Toch geven ook onze huishonden kalmerende signalen, naar soortgenoten en ook naar ons mensen. Het kennen en waarnemen van kalmerende signalen is erg belangrijk om goed met je hond om te gaan. Daarom begin ik er ook mee.
Voor wolven is rust binnen de roedel een noodzaak; de dieren zijn afhankelijk van elkaar. Gevechten binnen een roedel geven verwondingen en stress. Dit zou het voortbestaan van de roedel in gevaar kunnen brengen. Om conflicten te vermijden, geven wolven bij onderlinge ontmoetingen elkaar kalmerende signalen. Bij honden ontstaan er onderling wel eens misverstanden; dit komt door de vele variaties in lichaamsbouw, zoals de vele verschillende staarten, oren, standen van ogen en dergelijke. Ook het te vroeg weghalen van pups bij hun moeder of het slecht socialiseren van jonge honden dragen bij aan een slecht gesocialiseerde hond. Gelukkig verlopen de meeste ontmoetingen zonder problemen. Aangelijnde honden worden ook belemmerd in hun communicatie en bovendien hebben zij geen mogelijkheid om te vluchten (honden kiezen liever voor vluchten dan vechten). Om die reden zijn aangelijnde honden eerder geneigd tot vechten dan loslopende honden.
Kalmerende signalen zijn voor een groot deel instinctmatig. Dit gedrag zit in de genen opgeslagen en hoeft dus niet aangeleerd te worden. Dit gedrag wordt door goede socialisatie verbeterd, maar kan door slechte ervaringen onderdrukt worden. Het gevolg is dan dat de hond moeite heeft in de omgang met andere honden. Oorzaken kunnen zijn een slechte ontmoeting met een slecht gesocialiseerde hond (het onderwerp socialisatie komt later aan de orde) of kan veroorzaakt worden door mensen. Honden die kalmerende signalen (richting mensen) geven en op dat moment worden gestraft, zullen die signalen gaan onderdrukken omdat deze juist straf opleveren (terwijl die signalen juist bedoeld waren om de mens te sussen). Helaas wordt deze fout maar al te vaak gemaakt, zelfs door zichzelf deskundig noemende trainers. Maar al te vaak worden tijdens trainingen honden gestraft omdat ze een oefening niet snel genoeg uitvoeren, terwijl deze honden kalmerende signalen geven omdat ze uit ervaring weten dat ze tijdens oefeningen straf krijgen. Deze honden geven kalmerende signalen om straf te voorkomen, maar krijgen juist om die reden straf. Dit omdat mensen denken dat de hond de oefening niet uitvoert omdat hij een loopje met hen zou nemen omdat hij niet ver genoeg onderaan de rangorde zou staan. Het is dan ook wel begrijpelijk dat uit onderzoeken van Hiby vast is komen te staan dat honden die zonder straf opgevoed worden veel gehoorzamer zijn. Deze honden voeren het gevraagde commando direct uit en vinden het niet nodig eerst (kalmerende) signalen af te geven om straf te voorkomen.
Kalmerende signalen zijn:
Tongelen: De honOgen wegdraaiend likt snel met zijn tong de lippen of de neus. Vaak gebruikt de hond dit bij straf (of als hij/zij straf verwacht) of als er een andere hond nadert.
Poot heffen: De hond tilt een van zijn voorpoten op, maar hij wil je dus niet een pootje geven zoals veel mensen denken, maar voelt zich op een of andere manier bedreigd.
Gapen: Meestal gaapt de hond niet omdat hij lui is. Let daarom ook op de prikkels die hij uit de omgeving krijgt.
Kop afwenden: Bij ontmoetingen met andere honden of mensen draait de hond de kop weg. Dit om anderen te kalmeren.
Ogen wegdraaien: De hond zal zijn ogen snel bewegen als hij zijn kop niet kan afwenden omdat die vastgehouden wordt.
Zachtaardig kijken: De hond kijkt schuin naar beneden en laat de oogleden iets zakken zodat hij een zachte uitdrukking krijgt.
In een boog ergens naar toe lopen: Met een wijde boog loopt de hond ergens naartoe. Op deze manier kan een hond een ander dichter benaderen zonder dat de ander zich bedreigd voelt. Honden doen dit ook bij mensen of dingen waar ze iets angstig voor zijn.
Tempo vertragen: Dit doet de hond als hij zich bedreigd voelt.
Bevriezen of verstijven: Dit gebeurt vaak als de hond door een andere hond besnuffeld wordt, ook als de hond zwaar of veelvuldig wordt gestraft.
Zitten of liggen: De hond doet dit vaak met de rug of kont richting de bedreiging.
Oversprong gedrag: De hond gaat iets doen wat niets met de situatie te maken lijkt te hebben, bijvoorbeeld plotseling geïnteresseerd rondsnuffelen of plotseling met een stok spelen. Hij probeert op deze manier duidelijk te maken niets met de situatie te maken te willen hebben.
Kwispelen: Mensen denken dat een kwispelende hond vrolijk is, maar dat is niet altijd zo. Kwispelen is een uiting van emotie. Let daarom ook op de andere signalen die de hond geeft; een strakke kwispel duidt vaak op een kalmerend signaal.
Spelboog: Met de achterhand omhoog, de voorhand omlaag en een gebogen rug geeft de hond aan dat hij geen kwade bedoelingen heeft, maar de ander probeert uit te lokken tot spel.
Urineren: Bij jonge honden komt het zogenaamde deemoedsplasje vaak voor.
De meeste van deze signalen zijn goed door ons uit te voeren. Ga agressieve honden nooit bestraffen, agressie vergelden met agressie verhoogt alleen maar de agressie. Beter is het kalmerende signalen te geven; honden die op deze manier benaderd worden, zullen minder snel tot agressie overgaan. Als een hond een opdracht niet goed uitvoert, bestraf hem dan niet. De oorzaak kan zijn dat hij de opdracht nog onvoldoende beheerst of hij geeft misschien wel een aantal kalmerende signalen omdat de situatie voor hem iets te gestresst is. Honden vinden het bedreigend wanneer ze recht in de ogen gekeken worden. Mensen vinden dit ook niet prettig, het is daarom ook moeilijk iemand lang in de ogen te kijken. Gevechten tussen honden onderling beginnen meestal met direct oogcontact. Daarom vermijden honden oogcontact door hun kop af te wenden, hun ogen weg te draaien of zachtaardig te gaan kijken.
Stress:
Als de omgeving van de hond niet meer voorspelbaar en beheersbaar is - hij kan dus geen invloed meer uitoefenen op wat er om hem heen gebeurt - ondervindt de hond stress. Een beetje stress is geen probleem, maar is er teveel stress, dan kan dat leiden tot lichamelijke en geestelijke aandoeningen. Honden komen vaak in stressvolle situaties terecht doordat zich voor hen onbekende situaties voordoen. Dat komt mede door de drukke maatschappij, maar vaak wordt de stress ook veroorzaakt door de eigenaar omdat deze te hoge (trainings)eisen stelt aan de hond. Stress komt vaker voor bij trainingen die op straf gebaseerd zijn. Men spreekt van een (over)gestresste hond als hij in korte tijd 3 stresssignalen laat zien of een bepaald stresssignaal achter elkaar veel vertoont. Veel stresssignalen komen overeen met de hiervoor genoemde kalmerende signalen. Dat is te verklaren omdat kalmerende signalen ook als doel hebben de hond zelf te kalmeren. Bij honden die gestresst zijn, is er een grote kans op angstagressie. Bijtincidenten kunnen worden voorkomen door op deze signalen te letten en daar op de juiste manier naar te handelen. Dat houdt o.a. in dat men direct oogcontact moet vermijden en niet recht op de hond af moet lopen. Zelf kalmerende signalen geven, kan het stressniveau van de hond laten dalen.
Stresssignalen zijn:
Gapen: Dit is dus niet omdat de hond lui is.
Hijgen: Overdreven hijgen terwijl het niet warm is of de hond zich heeft ingespannen.
Uitschudden: Het uitschudden van de vacht terwijl deze niet nat is.
Trillen: Bibberen van angst.
Poot heffen: Een van zijn voorpoten optillen, soms wordt links en rechts afgewisseld. Vaak wordt dan gezegd: leuk, hij wil een pootje geven, maar dat is niet het geval. Een hond geeft alleen uit zichzelf een pootje als hem dat aangeleerd is.
Tong uitsteken/ bek aflikken: Soms laat de hond even een klein stukje van zijn tong zien, maar soms likt hij ook zijn hele bek af en zelfs zijn neus.
Smakken: De hond maakt smakkende geluiden met zijn lippen.
Kwispelen: Een misverstand is dat een kwispelende hond altijd blij is, dit is dus niet zo. Kwispelen is een uiting van emotie en bij stress is dat meestal een strakke kwispel.
Oversprong snuffelen: De hond lijkt plotseling ergens in geïnteresseerd te zijn om zijn spanning weg te laten vloeien.
Zich krabben: Dit ziet men ook vaak als er op een harde manier wordt getraind.
Bevriezen: Als het stressniveau heel hoog is. Dit gedrag komt vaak voor bij harde trainingen en wordt helaas vaak niet begrepen.
Hoge geluiden: Piepen, janken en (op hoge toon) blaffen.
Druk bewegen: De hond loopt rusteloos heen en weer.
Borstelen: De rug- en nekharen gaan overeind staan. Honden borstelen dus niet alleen uit dominantie.
Haaruitval: Dit komt het meest voor bij de dierenarts en op het trainingsveld. Na de stressvolle situatie is de haaruitval ook weer voorbij.
Grote pupillen
Kwijlen
Knipperen met de ogen of wegkijken
Overmatig water drinken
Urineren
Na dit gelezen te hebben weet u wanneer de hond gestresst is. Probeer zoveel mogelijk die gestresste situaties te vermijden. Natuurlijk is dat niet altijd mogelijk, men kan ook de hond leren omgaan met de situatie. Hoe dat in zijn werk gaat, komt o.a. aan de orde bij probleemgedrag.