Allereerst adviseren wij een castratie uitsluitend als daar een lichamelijke oorzaak voor is zoals een hardnekkige oorhuidontsteking of een prostaatprobleem. Ook bij bepaalde gedragsproblemen kan castratie, naast gedragstherapie, door de gedragstherapeute of de dierenarts geadviseerd worden. Zonder dit soort aanleidingen is castratie niet nodig en eigenlijk ook niet wenselijk, aangezien het dan om onnodig ingrijpen in het lichaam van het dier zou gaan.
Mogelijk gevolgen van castratie zijn:
- De stofwisseling past zich iets aan, terwijl de meeste reuen na castratie duidelijk hongeriger worden en soms zelfs geobsedeerd door eten lijken. Indien u dezelfde hoeveelheden en soort voedsel zou blijven verstrekken als voor de operatie, zou de reu te zwaar kunnen worden. U kunt dit eenvoudig oplossen door na de operatie nog van het dagrantsoen van voor de operatie te geven, maar meestal is het beter te aanvaarden voor de hond als voortaan een voeding gegeven zal worden die meer vezels en minder calorieen bevat, zoals Eukanuba Restricted Calorieen (verkrijgbaar op de dierenkliniek). U kunt gerust gekookte groenten naar believen bij de voeding voegen zodat de hond een meer "gevuld" gevoel heeft.
- De hond zal minder gemotiveerd worden in gedragingen die voor een groot gedeelte door zijn geslachtshormonen ingegeven worden, zoals weglopen van huis als er een loopse teef in de buurt is, of het aangaan van dominantieconflicten met andere reuen. Dit kan ook inhouden dat de hond over de gehele linie rustiger wordt.